Noden en wensen
Een nood heb je echt nodig om gezond, warm en veilig te leven en naar school te gaan. Een wens is fijn, maar het kan ook zonder.
Onderwerpen
17 onderwerpen
Noden en wensen, je budget, sparen en rente, lenen en de echte kost van krediet, en oplichting herkennen.
Een nood heb je echt nodig om gezond, warm en veilig te leven en naar school te gaan. Een wens is fijn, maar het kan ook zonder.
Een budget is een plan voor je geld: wat komt erin, wat gaat eruit, en hoeveel zet je opzij om te sparen of te geven.
Op een spaarrekening betaalt de bank je rente voor het geld dat je laat staan. Met samengestelde rente krijg je ook rente op je rente.
Wie leent, betaalt later meer terug dan hij kreeg. Het JKP toont de totale kost per jaar, zodat je leningen eerlijk kunt vergelijken.
Oplichters willen dat je snel betaalt, op een link klikt of codes geeft. Wie de alarmsignalen kent, laat zich veel minder snel vangen.
Betalen, prijzen en btw, korting en eenheidsprijs, vraag en aanbod, de markt en concurrentie.
Je kunt betalen met cash, een bankkaart, een betaalapp of een overschrijving. Bij elke manier gaat het geld een andere weg, maar het blijft echt geld.
In bijna elke prijs zit btw, een belasting voor de overheid. In België is dat 6, 12 of 21 %, afhankelijk van wat je koopt.
Een korting reken je uit als een percentage van de prijs. Met de prijs per kg of per liter vergelijk je eerlijk welke verpakking echt goedkoper is.
Kopers willen meer als iets goedkoper is, verkopers bieden meer aan als het duurder is. Waar vraag en aanbod elkaar kruisen, ontstaat de marktprijs.
Hoeveel verkopers er op een markt zijn, bepaalt mee de prijs. Met veel concurrentie zakt de prijs richting de kosten, met één verkoper niet.
Een bedrijf met kosten, opbrengst en winst, bruto en netto op je loonbrief, en de kringloop van de economie.
Een bedrijf maakt winst als de opbrengst groter is dan alle kosten samen. Het break-evenpunt is het aantal dat je moet verkopen om quitte te spelen.
Je brutoloon staat in je contract. Daarvan gaan de RSZ en de bedrijfsvoorheffing af. Wat overblijft, het nettoloon, komt op je rekening.
Geld en goederen draaien rond tussen gezinnen, bedrijven, de overheid en de banken. Wat de ene uitgeeft, is voor een ander een inkomen.
Belastingen en wat de overheid ermee doet, inflatie en de index, internationale handel en duurzaam consumeren.
Met belastingen en sociale bijdragen betalen we samen voor scholen, wegen, zorg en pensioenen. Hoeveel en wie hoeveel betaalt, daarover verschillen mensen van mening.
Inflatie betekent dat prijzen gemiddeld stijgen, zodat je met hetzelfde geld minder koopt. De index meet die stijging, en in België volgen de meeste lonen ze.
Landen kopen en verkopen over de grenzen heen. Als elk land zich toelegt op wat het relatief het best kan en ze handelen, is er samen meer.
Het goedkoopste product is niet altijd het voordeligste. Wie rekent met de kost per jaar of per gebruik, en durft te herstellen of tweedehands te kopen, bespaart geld en spullen.